Het college van Langedijk heeft bezwaar gemaakt tegen het plan van de provincie Noord-Holland om een strook grond bij het Geestmerambacht aan te wijzen als windmolenlocatie. Het gaat om een stuk grond langs de provinciale weg N245.

De provincie moet op basis van afspraken met het Rijk nieuwe locaties aanwijzen voor windturbines om op die manier meer alternatieve energie te kunnen opwekken. Volgens het plan ’Wind op Land’ moeten de nieuwe windturbines in een lijn staan van minimaal zes molens, die maximaal 120 meter hoog worden. Voor iedere nieuwe turbine zouden er minstens twee bestaande moeten verdwijnen in Noord-Holland. Bij het bepalen van geschikte locaties is gekeken naar onder meer geluidhinder voor omwonenden en ecologische en landschappelijke waarde van de locatie.

Geestmerambacht
Een van de gebieden die wat de provincie betreft voor de molens in aanmerking komen, is een strook grond bij recreatiegebied het Geestmerambacht, van Alkmaar-Daalmeer tot en met de N504. Burgemeester en wethouders van Langedijk zijn daar niet blij mee. ,,Deze strook komt tot binnen de vijfhonderd meter van Westerdel’’, aldus het college. ,,Dat is niet gewenst met het oog op de huidige en toekomstige bewoners van de woonwijken van Broek op Langedijk en Zuid- en Noord-Scharwoude, en in het bijzonder de bewoners van Westerdel.’’

Geluidsoverlast
Bovendien staat het Geestmerambacht te boek als een ecologisch waardevol gebied en zou het volgens de eigen regels van de provincie dus afvallen. Ten slotte zouden ook de bewoners van de Alkmaarse wijk Daalmeer geluidsoverlast hebben als er op zo’n kleine afstand windmolens verrijzen, voert het college van Langedijk aan.

Impact
Ook het uitbreiden van de windmolenlocatie langs de Kerkmeerweg in Oudkarspel ziet het college van Langedijk niet zitten. Daar staan momenteel drie turbines. Dat zou een te grote impact hebben op het landschap en mogelijk kunnen de omwonenden in Oudkarspel er overlast van ondervinden.