Vandaag heeft de provincie Noord-Holland een brief ontvangen van Heijmans waarin het bouwbedrijf aangeeft al het werk aan de N23 Westfrisiaweg op te schorten. De redenen voor het stilleggen zijn in de ogen van de provincie ongegrond. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland beraden zich op verdere stappen.

Verdere stappen

De provincie blijft alles in het werk stellen om Heijmans alsnog de werkzaamheden te laten hervatten en beraadt zich op verdere stappen.

Verkeersveiligheid en overlast

Elisabeth Post: "Ik baal van de extra overlast voor de omwonenden en de weggebruikers. Wij hebben Heijmans laten weten dat het bedrijf ten onrechte speelt met de belangen van de bewoners en ondernemers in West-Friesland." De provincie houdt het bedrijf dan ook onverkort aan haar contractuele verplichting om hinder voor de weggebruikers en omwonenden te beperken. De provincie zal Heijmans daarop aanspreken.

Situatie op de weg

Het werk aan de Westfrisiaweg is op 10 november stilgelegd door Heijmans. De provincie heeft samen met de gemeenten voor het gehele tracé de impact van de stilleggingen op verkeersveiligheid en overlast in kaart gebracht. Mocht het nodig zijn, dan worden aanvullende maatregelen genomen.

Achtergrond

Tijdens de uitvoering van de wegwerkzaamheden aan de Westfrisiaweg is in 2015 een meningsverschil ontstaan tussen de provincie Noord-Holland en bouwbedrijf Heijmans. Heijmans meent tegen een aantal (financiële) tegenvallers in het project te zijn aangelopen waarvoor zij de provincie als opdrachtgever verantwoordelijk acht. Hier hebben provincie en Heijmans al sinds geruime tijd met elkaar over gesproken. Deze gesprekken hebben er tot nu toe niet toe geleid dat partijen het eens werden over de beantwoording van de vraag wie verantwoordelijk is voor de vermeende tegenvallers. Begin september 2016 heeft Heijmans het meningsverschil voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De provincie dringt al ruim 1,5 jaar bij Heijmans aan op deze gang naar de Raad om zo tot een oplossing te komen voor het meningsverschil. Een uitspraak wordt niet op korte termijn verwacht. De provincie wenst de arbitragezaak en de voortgang van het werk nadrukkelijk van elkaar te scheiden.